Schutskooi

In vroeger tijden waren er vele boeren die hun percelen nogal provisorisch hadden omheind. Er bestond toen overigens geen prikkeldraad of ijzerdraad, dus enkel sloten, (doorn)heggen en houtwallen konden verhinderen dat het vee losbrak. Het gebeurde dus vaak dat vee uit de omheining brak en op de openbare weg belandde.

Het is hierom dat gemeenten vaak een omheinde kooi inrichtten waarin losgebroken, loslopend of verdwaald vee kon worden opgevangen. Dit geschiedde door de schutter, een van gemeentewege aangestelde functionaris. De wettige eigenaar van het betreffende dier had drie dagen tijd om het op te komen halen. Wel moest hij dan per dag een schutsgeld betalen, een soort onkostenvergoeding en boete. Kwam de eigenaar niet opdagen, of weigerde hij te betalen, dan werd het dier verkocht.

Reeds in het begin van de 16e eeuw is sprake van schutskooien.
(Bron: Wikipedia)

De eerste jaren na de inpoldering van de polder Nieuw Bonaventura mankeerde er natuurlijk nog van alles aan de afrastering van weilanden en akkers. Het gevolg was, dat er nog wel eens een paard, koe of varken verdwaalde en daarbij schade aanrichtte aan het gewas van de buurman. Als de eigenaar van de boosdoener er niet als de kippen bij was om ter plekke met buurman de schade te regelen, kwam er een hele (kostbare) procedure op gang.

Om te beginnen werd het dier naar de schutskooi gebracht. Deze bevond zich op ’t dorp aan de zuidwestzijde van de Langestraat bij het hoekhuis bij de brug over de Kreek. Vervolgens werd de verzorging “besteed”, waarna schepenen zich opmaakten de schade in ogenschouw te nemen. De eigenaar kon zijn beest nu “lossen” tegen betaling van alle inmiddels becijferde kosten en die waren dan al aardig opgelopen, want iedereen die er maar even mee te maken had, eiste zijn deel op (zo kreeg de secretaris van elk geschut beest 4 stuivers en reken maar dat hij de dieren natelde). Diende de eigenaar zich niet aan, dan werd het dier in het openbaar geveild.

Bedroeg het aantal “schuttingen” in de eerste tien jaar (1597-1606) 26, in de tweede tien jaar (1607-1617) was dat 14. Dit gebaseerd op de aantekeningen in het dingtaalboek, maar misschien werd er wel een apart register bijgehouden. In ieder geval ontbreken in het genoemde boek verdere gegevens, totdat in 1732 blijkt dat de kooi toen nog steeds functioneerde. Er was op 14.6.1732 een paard in de kooi gebracht. Het werd vier dagen later geveild en gekocht door Willem de Geus.

 

Maar dat was de oude schutskooi niet meer en ook golden er andere regels. Op 08.10.1670 had secretaris Abraham de Roo namelijk een request ingediend bij de Staten van Holland om de vervallen schutskooi te mogen herstellen voor eigen rekening, mits hij daarvan de revenuen mocht hebben, zoals ook in Strijen gebruikelijk was. Blijkbaar was er toen ook nog wat aan te verdienen. Het werd hem toegestaan. In 1686 richtten schout en gerechtsbode aan de Staten een verzoek om subsidie voor de bouw van een nieuwe schutskooi. Er kan natuurlijk een nieuwe functie bijgekomen zijn, namelijk het onderbrengen van vee, in arrest genomen wegens achterstallige pacht, maar daarover vond ik niets. Maar toch verkocht Anna Maria Bosveld, laatst weduwe van Willem deVoogd, op 29.04.1795 aan schout Willem Kluit ten behoeve van het dorp een stukje land ten zuidoosten van de Kaaij, ten behoeve van een schutskooi.

Dr. D.W. Gravendeel

Bron: Rechterlijk archief ‘s-Gravendeel

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s