Geschiedenis

Van nul tot nu:
We weten natuurlijk niet precies hoe het hier in het jaar 0 er uit zag. Maar stel je een groot soort Biesbosch voor, met veel water en eb en vloed. De hoofdwaterstromen moeten oost-west gelopen hebben, met daar tussen zo hier en daar op de hoogste plekken wat bewoning. Ook in die tijd blijkt er hier al bewoning geweest zijn heeft de archeologische werkgroep aangetoond. Omdat in het verlengde van de Binnenmaas hier een grensrivier liep van het Romeinse rijk is bij ‘s-Gravendeel ook een groot Romeins legerkamp geweest.

Rond 1400:
Daar is wat meer van bekend. Het eiland Korendijk bestond al. Maar tot aan Sint Anthoniepolder was het Biesbosch achtig. Het oostelijke deel van de Hoeksche Waard bestond als onderdeel van de Groote Waard die tot aan Oosterhout/Breda liep. Het was een tijd van Hoeksche en Kabeljauwse twisten, dus weinig tijd en geld voor dijken. Ook veel veen en moeren vlak achter de dijken. Dus bij flinke stormen, zoals Elizabethsvloed 1421 was er een serie dijkdoorbraken vanaf Strijen en sloeg al het land tot aan Gorichem weg. Door de oorlogen en gebrek aan geld kon de zee waarschijnlijk jaren zijn gang gaan. Van de Hoeksche Waard bleef alleen Sint Anthoniepolder droog.

Inpolderingen:
Rond 1435 konden de hoge gronden weer ingepolderd worden, te beginnen met het Oude Land van Strijen en de polders noord van de Binnenmaas. De oudste polders zoals het Oude Land kennen een dunne kleilaag op een groot pakket veen. Daardoor is dit altijd drassig, anders verteert het veen en klinkt het voortdurend in. Door dat drassige is het een ideaal gebied voor vogels, weidegebied dat voor landbouw weinig opbrengt. Vanaf ca 1540 komt er weer geld voor inpolderingen beschikbaar. De hele noordrand van de Hoeksche Waard tot aan Nieuw-Beijerland wordt ingepolderd. Met als grote investering van de rijk geworden kooplieden uit Dordrecht de grote polder Nieuw Bonaventura bij ‘s-Gravendeel (1593). Er was weer bestuurlijke rust en er was geld, dus dan loont het weer om land aan te winnen. Vervolgens wordt tot 1650 de zuidkant in schillen ingepolderd. Hier lopen de dijken ineens oost-west. Men kreeg, zoals Numan de assistent van Van Oldebarneveldt, het recht op de gorzen en de aenwaschen. Dat laatste was op termijn veel geld waard, want door opslibbing en indijking kreeg je er land bij. De Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen was tot ca 2000 de enige in Nederland die eigenaar van een rivierbodem was; in het Hollands Diep tot aan de Brabantse grens. De staat heeft dat nu weer teruggekocht.

Rivieren, kreken en gorzen:
Water om en in de Hoeksche Waard was belangrijk in zijn ontstaansgeschiedenis en is dat ook voor de toekomst van een natuurlijke Hoeksche Waard. De Hoeksche Waard wordt omgeven door de rivieren Oude Maas, Dordtse Kil, Hollands Diep met Haringvliet en het Spui. De Oude Maas is bijzonder vanwege het zoetwatergetij van ca 1,5 meter wat hier nog bestaat. Voor de afsluiting door de Deltawerken bij het Haringvliet was dat wel 3 meter en liep dat getij door tot in de Biesbosch die daar beroemd om was. Bijna alle getijdebekkens op de wereld zijn zoutwatergetijdegebieden zoals de Ooster/Westerschelde, Waddenzee, Thames, Elbe, etc. Zoetwatergetijdegebieden zijn uiterst zeldzaam en bieden daardoor een aparte biotoop met kenmerkende planten en vogels (de Oude Maas Spindotter  is daar bekend om). Door het terugkeren van (voorlopig een beetje) getij in het Haringvliet en Hollands Diep zal het ook daar weer beter voor de natuur worden. (En een veiliger en goedkoper watersysteem opleveren).

Aan de rivieroevers liggen uiterwaarden, die hier gorzen heten. Langs de Oude Maas lagen tot 1970 1500 ha buitendijkse gorzen die prachtige drassige weilanden waren en ’s winters, om het water te bergen, overstroomden. Na 1970 toen men die na de Deltawerken niet meer nodig vond, is daarvan 1350 ha volgespoten met Rotterdams Havenslib, dat later vaak vervuild bleek. Alleen Groot Koninkrijk en de Geertruida Agathapolder zijn behouden gebleven en beiden zijn (na stevige strijd) natuurgebied geworden. Men kende rietgorzen waar riet geteeld werd totdat het hoog genoeg opgeslibd was, waarna er een zomerdijkje omheen ging en het een grasgors werd voor de koeien in de zomer. Aan de zuidkant van de Hoeksche Waard zijn die gorzen (of laagjes, of slikken) allemaal natuurgebied geworden.

Bij de inpolderingen zijn de oude krekenlopen -die door de eb en vloed ontstaan waren- in stand gehouden als watergang, en door hun kronkels nog steeds herkenbaar in het landschap. Die kreken zijn ideaal voor de natuurontwikkeling. Oevers weer natuurlijk afschuinen en rietkragen aanleggen en de natuur dooradert het akkerlandschap van de Hoeksche Waard. Vogels zoals de Bruine Kiekendief die eerst alleen langs de buitenkanten voorkwamen broeden nu ook langs de kreken midden in de Hoeksche Waard. Daar liggen grote kansen voor het versterken van de natuur.

Historische landschapskenmerken.
Heel eenvoudig is: natuur is krom, mens maakt recht. Mensen werken met linealen en tekentafels; dat geeft onnatuurlijke rechte lijnen. Elke kromme sloot is meestal een oude kreek en is natuurlijk, net zoals kronkels in dijken. Maar ook namen zeggen veel. Vuurbaken (hier was vroeger een haven of zeegat), Cillaarshoek (zilte hoek voor zoutwinning), ‘s-Gravendeel (150 jaar na de Elizabethsvloed moesten de Raad van State bepalen wie eigenaar was, en dit deel viel aan de Graaf toe. NB: er is in die tijd veel gerotzooid met oude aktes) ,Strijen (die naam komt in veel Brabantse plaatsen als Oosterhout, Made, Breda voor als straatnaam en verwijst naar de tijd dat Brabant en Holland in de Groote Waard ’n gebied waren, tot de Elizabethsvloed).

Typerende kenmerken van de Hoeksche Waard:

  • Kreken (bieden kansen voor de natuur).
  • Dijken, let op verschil in noord en zuidhelling. En ook de beboomde dijken zijn typisch HWs. Soms met 4 rijen bomen voor de houtproductie. Nu veel bij HWL in beheer vanwege de natuurwaarde.
  • Dorpen ontstaan op een dijk en aan een kreek die een natuurlijke haven bood. Uitzondering is Mijnsheerenland die als buitenplaats met landgoederen ontstond. Het wordt nog steeds het Wassenaar van de Hoeksche Waard genoemd.
  • Polders (oude noord-zuid, later oost-west) met een kleilaag op veen. Oude polders hebben een dunne kleilaag. (Oude Land van Strijen, etc.)
  • Rivieren met getij en gorzen om de Hoeksche Waard.
  • Ligt in een Delta en aan de kust, waardoor de HW onder de Europese vogeltrekroutes ligt en daardoor een grote vogelrijkdom kent. (10 keer zoveel vogels als bijv. op de Veluwe)
  • Open (en bloot) landschap, met lage horizonnen en helder licht. Dat trekt veel kunstenaars aan.

Plannen voor de Hoeksche Waard.
De openheid van de Hoeksche Waard trok altijd veel bestuurders en tekentafelplanologen aan die de Hoeksche Waard wilden ontwikkelen. Rotterdam/Rijnmond wilden de Europoort havens tot aan Numansdorp en Tiengemeten doorgraven. De rest werd een soort Bijlmer met hoogbouw. Groot Koninkrijk had de bestemming havenindustrie met kerncentrale, maar is natuur geworden. Tiengemeten zou voor zandwinning uitgegraven worden, volgestort worden met bagger, dan een vakantiepark worden, of een vliegveld of een kerncentrale. Het is nu 700 ha natuur.
Nog in 2005 wilde de regering Balkenende 2 door Minister Dekker de Hoeksche Waard aanwijzen als industrieel ontwikkelingsgebied voor Rotterdam. Veel acties uit de Hoeksche Waard (met een actieve HWL) zorgden dat de Tweede Kamer koos voor het grootste deel Nationaal Landschap. Helaas met een (te) groot bedrijventerrein bij Boonsweg en omgeving.

Advertenties