Inpolderingen

Rond 1435 konden de hoge gronden weer ingepolderd worden, te beginnen met het Oude Land van Strijen en de polders noord van de Binnenmaas. De oudste polders zoals het Oude Land kennen een dunne kleilaag op een groot pakket veen. Daardoor is dit altijd drassig, anders verteert het veen en klinkt het voortdurend in. Door dat drassige is het een ideaal gebied voor vogels, weidegebied dat voor landbouw weinig opbrengt.

Vanaf ca 1540 komt er weer geld voor inpolderingen beschikbaar. De hele noordrand van de Hoeksche Waard tot aan Nieuw-Beijerland wordt ingepolderd. Met als grote investering van de rijk geworden kooplieden uit Dordrecht de grote polder Nieuw Bonaventura bij ‘s-Gravendeel (1593). Er was weer bestuurlijke rust en er was geld, dus dan loont het weer om land aan te winnen.

Vervolgens wordt tot 1650 de zuidkant in schillen ingepolderd. Hier lopen de dijken ineens oost-west. Men kreeg, zoals Numan de assistent van Van Oldebarneveldt, het recht op de gorzen en de aenwaschen. Dat laatste was op termijn veel geld waard, want door opslibbing en indijking kreeg je er land bij. De Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen was tot ca 2000 de enige in Nederland die eigenaar van een rivierbodem was; in het Hollands Diep tot aan de Brabantse grens. De staat heeft dat nu weer teruggekocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s