De RTM in de Hoeksche Waard

De Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM) werd in 1878 opgericht om paardentrams te Rotterdam te exploiteren. Later werden hier stoomtrams aan toegevoegd en dus werd de RTM geraadpleegd toen men ten zuiden van Rotterdam de vervoersproblemen wilde oplossen.

“Zaterdag 30 April 1898 zijn we den dienst van de stoomtramlijn Rotterdam – Hoeksche Waard officieel wezen openen. Heerlijke zonneschijn, bloeiende vruchtbomen, malsche weiden, jonggroene velden, geurige lentelucht, blijde gezichten, wapperende vlaggen, gejuich en geknal, ’t was een een feestrit van Rotterdam naar Numansdorp en terug. Er werd getoast op velerlei en op de Middelsluis te Numansdorp hield de heer J.A. Overwater eene roerende slotrede en dronk champagne met rentmeester Vlielander en burgemeester Kluifhoofd. Daarna vierde Numansdorp de intrede in den nieuwen tijd met eene muziekuitvoering en een schitterend vuurwerk op de oude Zomp en eene vrolijke danspartij in het Wapen van Cromstrijen”.Molendijk in Klaaswaal

De intrede van de RTM leidde tot de opening van de lijnen Rotterdam – Zuid Beijerland en Krooswijk – Oud-Beijerland op 2 mei 1898. Op 1 mei 1903 werd de lijn Oud-Beijerland – Goudswaard in gebruik genomen terwijl op 15 juli 1904 het traject Blaaksche Dijk – Strijen werd geopend. Ook op Voorne Putten en in Zeeland werden diverse lijnen geopend. De RTM onderhield zelfs stoombootdiensten om aansluiting op de verschillende tramlijnen te waarborgen. Op 30 april 1900 werd de bootdienst Numansdorp haven – Zijpe (Zeeland) geopend en op 15 oktober 1900 volgde de bootdienst Numansdorp Haven – Willemstad.

Hoewel de tram ‘met gejuich en champagne werd binnengehaald’ en het de meeste gebieden uit een isolement haalde was het enthousiasme niet bij iedereen even groot. Het was gedaan met de rust op het platteland en doordat de tramrails soms dwars door drukke dorpskernen werden getrokken stond het aspect veiligheid vaak ter discussie. De tram kreeg de bijnaam ‘Moordenaar’ door de vele ongelukken met dodelijke afloop. Hoewel de RTM nadrukkelijk kreeg te maken met recessie, oorlog en watersnood, met alle gevolgen van dien, is de tramlijn in de Hoeksche Waard tot 1957 in stand gebleven. Een ongeluk op 10 oktober 1956 zorgde voor een kettingreactie en enkele maanden later werd het spoor reeds opgebroken. De allerlaatste tramdienst op de eilanden verdween na de laatste rit op maandag 14 februari 1966 (Spijkenisse – Hellevoetsluis) waarmee een tijdperk ten einde kwam.

De remise in Goudswaard

Bijna alle ongelukken in de geschiedenis der RTM werden veroorzaakt door onoplettendheid van andere weggebruikers. Toch kreeg de tram het predikaat ‘moordenaar’ toebedeeld. Bijna iedereen in de regio Rotterdam weet wat wordt bedoeld met ‘de moordenaar’ of ‘het moordenaartje’.

De komst van de tram betekende een regelrechte aanslag op de verkeersveiligheid. Mede ‘weggebruikers’ hadden vaak weinig oog voor de tram terwijl die juist vanuit volle vaart maar moeilijk tot stilstand kwam. Naar huidige maatstaven is de verkeerssituatie van destijds abominabel slecht te noemen. Het spoor liep vaak dwars door de dorpen  en over smalle dijken, met alle gevolgen van dien. Ook probeerde men vaak om vlak voor de tram nog snel even over te steken. Dat leidde ook in de Hoeksche Waard tot enkele verschrikkelijke ongelukken. Om het onheil af te wenden liep er in de drukke gebieden vaak iemand vooruit met een rode vlag om voor de komst van de tram te waarschuwen. Geheel volgens de reglementen stelde de directeur van de RTM na ieder ongeval de burgemeester van het betreffende dorp op de hoogte van het incident.RTM Blaaksedijk

Op 2 juni 1910 probeerde de machinist van de tram uit Goudswaard een onweersbui voor te blijven en zette er een flinke vaart in. Aangekomen bij de Zinkweg liep de locomotief (38) uit de rails en kantelde. De stokers Peters en van der Pol kwamen meteen om het leven en machinist De Vroet overleed later aan zijn verwondingen. Onder de passagiers bevonden zich twee lichtgewonden en ook conducteur Koos Wisse kon het verhaal, weliswaar met een gebroken dijbeen, navertellen. Een medische beschrijving van dit ongeval is te vinden in het boek “Het beroepsjournaal van Dr. J.F.Ph. Hers, arts te Oud-Beijerland (1881-1915). Een reconstructie van een plattelandspraktijk omstreeks 1900” door P.G.M.G. Perneel.

Ongeval RTM op 2 juni 1910

Op woensdag 22 november 1955 reed een afgeladen bietenwagen tegen een uit zeven wagens samengesteld RTM-rijtuig aan. Van het personenrijtuig dat werd geraakt, vlak achter de locomotief, bleef alleen het onderstel over. De passagiers kwamen terecht tussen glas, splinters en bieten in het land. De vrachtwagen reet alle vijf rijtuigen open en verwoeste die vrijwel volkomen. Pas zo’n 80 meter na de overweg kwam de tram met de meegesleurde vrachtwagen tot stilstand. Liefst 24 gewonden waren er te betreuren terwijl de 40 jarige Chr. de Korver uit Numansdorp om het leven kwam. De chauffeur van de vrachtwagen, die niet had opgelet, kwam er zonder kleerscheuren vanaf. Zoals zo vaak trof de tram geen enkele blaam.

RTM laatste ongeluk

16 januari 1957 – Het laatste tramongeluk in de Hoeksche Waard. Op de hoek Stougjesdijk – Smidsweg rijdt de bandenhandelaar A.R. uit Den Haag met zijn bestelwagen tegen een tramstel van de RTM. Het blijft bij materiële schade en zoals zo vaak is ‘de Moordenaar’ onschuldig.

Nog veel meer is te lezen op www.piershil.com.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s